Young at (he)art

July 16th, 2010

Via via I had a look at the twitterprofile of some artist. Besides her name, picture, and a link to her website,  the only thing she gave away in her bio was  ‘young artist’. Which makes me wonder, since when age has become a criterium in art. Because, if it wasn’t for this, why would she add this information anyway? Somewhere I read that being young is presented as an achievement nowadays.

Logically, just in terms of age, one would think that getting old is much more of an achievement than being young. In order to get old, you must do a whole range of idiotic things, which we normally call ‘living’. At the same time, doing a lot of  ‘living’ dangerously increases an early death. So the ones among us that make it and do become old, are the real achievers here.

So why not in art?

Most awards, prices, stipends etcetera that might help to boost an artist’s career stop at the age of 35. It totally ignores the bare fact, that an increasing number of people nowadays make important career changes after their 35th. And, for most careers (of all people, not just artists) don’t have the same upgoing line forever, it is going up and down. So why not support artists in their later years?

Ofcourse, the only ones complaining are… the oldies. Whén they complain, that is. Because complaining means you’re old, and being old means you are out of it. So yes. I am almost medieval. Always been selfsupportive, by working 4 or 5 days a week. Had to pay the bills, sorry. Never had a stipend or such. So I think it would be nice they change their ignorant rules, and forget about this whole idea of age. In fact, in the Netherlands it is forbidden to discriminate people, which includes discrimination by age.

So why not in art?

Crossreading. Over context.

July 7th, 2010

Boek 1: Filosofen van deze tijd / samenst. Maarten Doorman & Heleen Pott, 5e druk, 2000

Boek 2: Een schitterend ongeluk / Wim Kayzer (serie uitgezonden door de VPRO in 1993), 13e druk, 2008

————————————————————————————————————————————

Boek 2 / blz. 19 (Kayzer in gesprek met Oliver Sacks)

Sacks: (…) iedere herinnering een context heeft. Het is geen momentopname van de werkelijkheid. Er is geen objectieve werkelijkheid. Alles bestaat in relatie tot onszelf, en wordt gekleurd door het heden. Dat betekent niet direct dat het vertekend wordt, maar het is geen mechanische reproductie.

Boek 1 / blz. 253 (Over Jacques Derrida)

(…) Hieruit kunnen we concluderen dat geen enkele talige uiting aan een welomschreven context gebonden is, maar ook dat geen enkele context of contextuele omschrijving toereikend kan zijn om een talige uiting te verduidelijken. Dat is de uiteindelijke betekenis van Derrida’s vaak aangehaalde stelling: ‘Il n’y a pas de hors-texte.’ Elke tekst behoort tot een feitelijke context, maar geen enkele context kan definitief afgebakend worden. Deze principiële citeerbaarheid en herhaalbaarheid, waaraan Derrida de naam iterabiliteit geeft, vormen de mogelijkheidsvoorwaarden voor elke betekenisconstructie (…).

———————————————————————————————————————————

Hierbij moet ik denken aan een observatie die ik laatst deed, omtrent droom versus werkelijkheid. In mijn dromen zie ik steeds een bepaalde trap/overloop. In eerste instantie herkende ik die niet. Tot ik op een gegeven moment  tv zat te kijken,  en ik door een geluid van de kat waarschijnlijk zonder nadenken mijn hoofd richting deur/trap/overloop draaide, en geheel zonder idee was. In een flits herkende ik toen pas de trap/overloop uit mijn dromen.

Hieruit maakte ik op, dat door de andere ‘inkleuring’ (context/betekenis) die ik er aan gaf als ik bewust dacht aan de trap, of er bewust naar keek, ik  de ‘droomtrap’ niet meer herkende omdat ik die in een ander perspectief (in de zin van context/betekenis) had ‘gezien’.

a) beeld in droom

b) beeld in werkelijkheid, als je er bewust naar kijkt

c) beeld in werkelijkheid, als je er onbewust naar kijkt

De beelden van a) en c) komen het meest overeen.

Pixels

April 8th, 2010

Cool animation by Patrick Jean.

WibautopWoensdag in De Verdieping @ Trouw Amsterdam

March 18th, 2010

In het afgelopen jaar heb ik al eens vaker gedacht er eens heen te gaan: Trouw Amsterdam, maar het kwam er niet van. Maar sinds een paar weken geleden is daar dan eindelijk verandering in gekomen. Nog even en ik ben er kind aan huis.

Twee weken geleden bezocht ik met F. de tentoonstelling Multiplex: Transnatural. Interessante tentoonstelling, nog vandaag en morgen te bezichtigen (dus gaat dat snel nog even zien!).
toegangTN

Iedere 2e woensdag van de maand vindt er een debat plaats in het kader Leve de Leegstand, daar hád ik heen willen gaan verleden week maar had wat last van tijdgebrek. Volgende maand (14 april) staat nu vastgepind in mijn agenda.

Gisteravond was ik bij Mapping Wibaut, waar door verschillende gasten gesproken werd over het gebruik van kaartmateriaal en diverse manieren van mapping in kunst, sociale geografie en stedebouwkundige setting. Sprekers waren Maurits de Hoog (TU Delft), Stefan van de Spek (TU Delft), Bart de Vries (DRO Amsterdam), die het vooral over de mogelijkheden van GPS (track&trace) hadden in het kader van ruimtelijke ordening. Tweede spreker was Sarah van Sonsbeeck, die vertelde over hoe zij de stilte/het geluid in kaart brengt. Humor speelt een belangrijke rol in haar werk, getuige haar sprankelende lezing, en haar advies aan de Wibaut-ontwikkelaars luidde dan ook het traject vooral met humor te benaderen.

Na de pauze was het woord aan Jan Rothuizen, recent veelvuldig in het nieuws vanwege de uitgave van De Zachte Atlas van Amsterdam. Een mooie, persoonlijke presentatie van zijn werk, vaak ook heel grappig. Pionier Esther Polak sprak over hoe zij al jaren geleden in aanraking kwam met GPS, en sindsdien door de mogelijkheden, en dan met name de gelaagdheid, daarvan gefascineerd is. Als afsluiter sprak Theo Dohle van De Wijde Blik communicatieadvies (medeorganisator) over hoe buurtbewoners en gebruikers van een wijk mee te laten denken bij de (her)ontwikkeling van hun wijk, waarbij hij benadrukte dat visualisatie van de ideeen van buurtbewoners vaak beter werken dan eindeloos gepraat.

Een inspirerende avond, vond ik. In mijn werk zoek ik naar wat er gebeurt als je iets in een andere, of geen, context plaatst. Op dit moment ben ik bezig met een mapping van alle consumenten elektronica waaraan wij ons laven. Ik maak het in de vorm van een papieren collage, en het is erg arbeidsintensief monnikenwerk. Inmiddels al een miljoen (nou ja, iets minder…) ideeeeeeeen voor ander werk. Waar vind ik de tijd … die ik nu weer zit te verdoen met een stukkie schrijven. Een voorbeeld van al jaren geleden gemaakt mapping-werk (dat ik nu pas gefotografeerd heb, ik vind het niet interessant om het object als zodanig te laten zien – denk ik nu… mijzelf kennende, zou dit zomaar opeens weer kunnen veranderen):

4

En oke dan, een voorbeeld van waar ik nu mee bezig ben (had m toch ook al rondgetweet):

stukkie

(Voor de echte kunstkenners onder u: wat heeft Damien Hirst hiermee te maken?)

Wat De Verdieping betreft: het was wel grappig, dat we in de tentoonstelling Transnatural zaten. Ten eerste omdat ik nu zag wat ik de eerste keer gemist had (stond het toen niet aan?), namelijk op de muur geprojecteerd beeld van groeiende bacteriestam. Ook leuk, dat de plantenkas af en toe belicht werd (zodra er iemand de website bezoekt). Ben vergeten te kijken of en welke planten het meest gegroeid waren. Maar (zoals de presentator al opmerkte) dat zal wel de Europese zijn.

Ook leuk: ondertussen was in de rest van Trouw de Nederpopshow aan de gang, die wekelijks bij de VPRO op de buis te zien is. Zag ik bij de ingang nog een paar leden van The Tunes naar binnen gaan!  Zouden zij binnenkort ook daar spelen?

Na afloop kreeg ik een VPRO gids van de komende week in de hand gedrukt. Wat aardig, zo had ik fijn iets te lezen in de trein. In het voorbijgaan maakte ik nog een foto van de Nederpopshow afterparty, die echter faalde in de heftige ruis van te weinig licht voor mijn onbeholpen telefooncameraatje. Het leek wel een meidenpopgroep (K3?), hevig badend in paarsroze licht!  Gauw kijken, zaterdagavond!

Een tip:

Vanavond staat Seeing Sounds op het programma, een filmavond over muziekcultuur. Wat ik op de site lees belooft veel leuks:

Op 18 maart vindt de eerste editie van Seeing Sounds plaats met de Downtown 81. Deze film speelt zich af op een cruciale plek en tijd: downtown New York in 1981,  het moment waarop de stad in een diepe crisis verkeert en kunstenaars en muzikanten zich vestigen in de verlaten panden van zuidelijk Manhattan. De film laat een dag uit het leven van een kunstenaar zien, gespeeld door de toen 19-jarige Basquiat. Later zou hij groot worden onder de vleugels van Andy Warhol, en vervolgens jong overlijden. Maar hier is hij nog de belofte, en is hij niet alleen kunstenaar, maar ook muzikant. De scheiding was nog niet zo strikt: veel kunstenaars speelden in bands en vice versa. Hiphop en punk overlapten in dezelfde scene. En dus hoor je in de soundtrack zowel Grand Master Flash als James White & the Blacks. Achteraf gezien heeft Downtown 81 precies dat moment vastgelegd waarop de underground muziekcultuur in New York op haar hoogtepunt was.

DJ Strange Boutique, ook wel bekend als My Little Underground,laat voor en na de film horen hoe Downtown 81 haar geïnspireerd heeft. Misschien was je in ‘81 nog niet eens geboren, maar veel van Downtown 81 is nog steeds relevant.

“Downtown 81 captures that New York moment when punk, emerging rap, art school cool and the East Village art and music scenes were at their creative best.” “

En het is nog gratis ook. Zo! Inloop is om 20.00 uur, film begint om 21.00 uur. (@help! ik wil ook in Amsterdam wonen/werken!!!)

UPDATE: foto’s //via De Verdieping @facebook

What do pictures want? (2)

January 9th, 2010

Well, this is interesting. I’m reading this book in English, for I couldn’t find a Dutch copy. Therefor I guess it is not translated in Dutch at all. Now I find something in it, which is about translating. I wrote something about it in Dutch, because you have to know Dutch to understand what I mean. But hey, I started to write about this book in English….. So, what do I do now? Write this article in English or in Dutch? Well, I’ll have a go at it in English.

Mitchell writes (at page 59):

mitchell_59

Of course, as a native English (or American) speaker, he is only focused on the English word ‘drawing’. But in other languages, there is another double meaning in the word which is translated for ‘drawing’. In Dutch (my native tongue) ‘drawing’ = ‘tekenen’. There is no such meaning as ‘to pull’ in this word. But it can mean ’sign’ or ‘mark’. So then the whole idea changes. I even looked it up in other languages; in German translated ‘drawing’ is ‘zeichnen’. The word ‘zeichen’ (’mark’, ’sign’) is used for words as Zeichenblock (=’pad’).

[ interesting sideline:  'das Wild zeichnet' = 'game leaves a bloodtrail' kinda poetic, sorry to say for the game itself ofcourse ]

Spanish: ‘tekenen’ = ‘dibujar’ (as ‘to depict’),  ‘marcar’ or ’señal’ (as ‘to mark’).

It’s the same in French; in Turkish ‘çizmek’ (’drawing’) could also mean ’stripe’, ’scrape’, ‘design’, ’scratch’ a.o..

Perhaps another book must be written: What do pictures say?

Chance operations

December 17th, 2009

Persoonlijk verslag . van Robert Jan Smits van wat het betekent om onderweg te zijn en verbeeldt de speciale gemoedstoestand die alleen ontstaat bij degene die reist om het reizen zelf. Deze verhoogde staat van bewustzijn – het ‘joie de vivre’ dat zo dynamisch wordt beschreven in de klassieker On The Road van Jack Kerouac – vormt de inspiratiebron. Filmmaker Robert Jan Smits reisde een maand door de VS via Detroit, Chicago, Denver, Salt Lake City en San Francisco. Hij onderzocht of de onbevooroordeelde en avontuurlijke levensstijl van On the Road nog steeds bestaat in het Amerika van vandaag. De film kijkt met de geest van toen naar de tijd van nu. Net als in On The Road werd tijdens het filmen vrijwel niets van tevoren gepland, en zoveel mogelijk aan het toeval en de intuïtie overgelaten. In het verlengde van Smits’ reis liggen de levensinstelling van de beat generation en de boeddhistische visie op het leven, die beide een perfecte basis vormen voor precies die manier van reizen.”

Crossreading

November 23rd, 2009

http://www.websters-online-dictionary.org/Cr/Cross-reading.html

A link to the definition of cross-reading. Actually I was looking for something slightly different. I found out, when I am reading several books at the same time (well, not exactly the same time ofcourse), each time I find very interesting connections between the different subjects of the books. Ofcourse it depends on what kind of books you’re reading. When reading two novels, the connections will be less obvious. But I remember I once was reading a book about clouds, and one about the subconscious, I came across several amazing discoveries.

Yesterday I thought about it, and decided this phenomenon should be called ‘crossreading’. The definition mentioned above is not right, and I couldn’t find some other word which could describe my kind of reading. But perhaps there is, and I just do not know of it. (if you do, please let me know).

Another thing I found, is since I have been working with my subconscious in some kind of experimental way, I feel like it sort of becomes kind of natural to see connections between things. In fact, it’s too hard to explain this, espec. in English. Even in Dutch I think I just cannot explain it (yet). Also I think it could be just accidental. But I had some strange experiences lately. I presume other people would then think it was their dead mother in law sitting on the couch and whispering in Derek Ogilvies ear, but I prefer to think that all things we cannot explain (yet) are things within ourselves we don’t know about (yet). And I hope I get to live long enough, that some scientists will discover this.

boeken

What do pictures want? (1)

November 20th, 2009

I’m reading the book ‘What do pictures want? The lives and loves of images’ by W.J.T. Mitchell. Interesting stuff, although English is not my motherlanguage, and I couldn’t find a Dutch translation. I think it’s quite difficult to translate, for instance the word ‘image’ has various meanings, when you translate it into Dutch each meaning uses another word.  I guess. But I am no translator. Obviously. I once met one. He was paranoid. Whether this was because of the huge variety of meanings and choices to make, or because he smoked a lot of pot, don’t know.

Anyway, it’s an interesting book, which I found when looking for literature about 9/11. Mitchell had written some essay (or also a book?) about it, or gave some lecture somewhere (…. o sorry… I always forget these kind of futilities). In thís book he also writes about 9/11. The terrorist act can be seen as an iconoclastic act, ánd at the same time as the creation of a new icon/image (the twin towers burning etc.). A quotation of the first chapter (page 25/26), for this can be seen also as a context for my own work:

” [...] A predictable objection to my whole argument here (JH: you should read the book ….:-) that it attributes a power to images that is simply alien to the attitudes of modern people. Perhaps savages, children, and illiterate masses can, like sheep, be led astray by images, but we moderns know better. Historian of science Bruno Latour has put a decisive stumbling block in the way of this argument in his wonderful book ‘We Have Never Been Modern’. Modern technologies, far from liberating us from the mystery surrounding our own artificial creations, have produced a new world order of ‘factishes’, new syntheses of the orders of scientific, technical factuality on the one hand and of fetishism, totemism, and idolatry on the other. Computers, as we know, are nothing but calculating machines. They are also (as we know equally well) mysterious new organisms, maddeningly complex life-forms that come complete with parasites, viruses, and a social network of their own. New media have made communication seem more transparent, immediate, and rational than ever before, at the same time that they have enmeshed us in labyrinths of new images, objects, tribal identities, and ritual practices. Marshall McLuhan understood this irony very clearly when he pointed out that  ‘by continuously embracing technologies, we relate ourselves to them as servomechanisms. That is why we must, to use them at all, serve these objects, these extensions of ourselves, as gods or minor religions. An Indian is the serveo-mechanism of his canoe, as the cowboy of his horse, or the executive of his clock’. [...] ”

So, more books to be read! And more questions raised:
‘Do I feel modern?’
‘Can I become my own image?

Verf (5). Daan van Golden

November 6th, 2009

De naam zei mij weinig, maar zijn zakdoek herkende ik wel:

Golden_Compositie met blauw

Grappig om te lezen, hoe de schrijver ook eens probeert hoe je tape zo recht mogelijk kunt optapen. Van Golden gebruikte dit namelijk, in combinatie met speciale lak, en beweerde dat het erg lastig is de tape recht aan te brengen.

Wat me bij andere kunstenaars al opviel, kwam ook hier weer ter sprake: het vinden van iets terwijl je er niet naar op zoek was. En wel op twee manieren. Ten eerste in het werk zelf, getuige een anekdote over een werk van Jackson Pollock. Terwijl deze het zuiver abstract wilde schilderen, duiken er toch herkenbare figuren op in het werk. Voor mij is dit natuurlijk ultiem herkenbaar, gezien mijn werkwijze en het werk wat daaruit voortvloeit (zie evt. mijn website – statement en werk – ). Echter heb ik daar geen problemen mee, integendeel, het maakt me niet uit of iets abstract of figuratief is. Eigenlijk, is in mijn huidige werk alles figuratief. Ook de vormen die niets voor lijken te stellen, zijn in mijn ogen figuratief; ook al bestaan ze niet, ze zóuden kúnnen bestaan. Probeer de vorm je voor te stellen alsof het in klei gemaakt is, en dan blijkt het figuratief. Met werkelijk abstracte schilderijen is dat denk ik niet mogelijk?

Een citaat van pag. 58:

citaatpag58

Volgens mij zijn alle beelden in ons onderbewustzijn aanwezig, en hebben we geen goden nodig om deze te (her)zien.

Een ander punt (pag. 60): Van Golden ging in zijn jeugd op tekenles, en tekende dan illustraties over uit een tijdschrift. Na allerlei omzwervingen is dat wat hij nu in feite weer doet. Zo ongeveer is het mij ook vergaan, en ik heb het vaker gehoord van kunstenaars. In alle gevallen lukte er iets niet met het schilderen, wist niet hoe het verder moest en was men de wanhoop nabij. Dan plotseling vindt men iets,  loopt ergens tegenaan, whatever however, en dat blijkt dan dé opening naar nieuw werk. Vaak is dit iets wat in de jeugd ook al speelde.

In mijn geval vond ik, tijdens ook zo’n wanhoopsperiode, een oude tekening. Niet uit mijn jeugd, maar wel van jaren geleden. Sindsdien (dat was in 2005) weet ik wat mij te doen staat. Punt van wanhoop kan nog wel eens zijn hóe ik het moet doen. Maar dat is een kwestie van vallen en opstaan, uitproberen, oefenen, leren, kijken, denken. En sindsdien merk ik, dat ik bepaalde dingen uit mijn jeugd ‘her’schilder/teken.

Tot zover, en tot de volgend Verf-bespreking.

Verf (4). Armando

October 20th, 2009

Meteen bij het zien van zijn naam, moest ik denken aan het verhaal van een kennis, ook kunstenaar/schilder. Onlangs exposeerde hij ergens zijn werk, breekt er in het gebouw daarnaast brand uit. Zijn werk was allemaal gered, maar wel verpest door roet en rook. Het bizarre echter is, dat hij een paar dagen daarna zijn eerste werkdag had in het Armando museum… Inmiddels is trouwens wel bekend dat zijn werk kan worden schoongemaakt.

In ‘Verf’ vertelt Armando dat hij altijd met tegenzin aan een doek begint. De tegenzin verdwijnt gaandeweg, omdat hij nieuwsgierig is naar hoe het zich verder ontwikkelt. Ik heb dat ook wel eens, en lijk het schilderen dan steeds uit te stellen (nog éven een boodschapje, ik moet toch écht die soort kwasten halen, snel nog stofzuigen, oja, en met de kat spelen is ook hard nodig vandaag, etc.). Toch vraag ik mij af, of die tegenzin niet een soort faalangst is. Zoals een schrijver moeite kan hebben te beginnen te schrijven bij het zien van de lege bladzijde. Ergens onderhuids huist er een onaangenaam knagen. Het enige dat daartegen helpt: beginnen met schilderen (of schrijven). Ik kan mij daar inmiddels iets beter overheen zetten, door wat voorbereidende werkzaamheden te verrichten, bijvoorbeeld al wat te schetsen op het doek. En dan pas de volgende dag te gaan schilderen.

Net als Westerik (e.a.) meent Armando, dat hij niet precies kan zeggen wat hij verbeeldt, want ‘als ik het kon verwoorden, hoefde ik het niet te maken’. Het is sowieso vaak lastig om over je werk te praten. En soms is het ook vrij lastig om te luisteren naar een kunstenaar die over zijn werk praat. Bijvoorbeeld afgelopen zondagmiddag, toen tot mijn grote vreugde Folkert de Jong ten tonele verscheen bij het programma Kunststof TV. Na een bepaalde vraag van Joost Karhof, antwoordde hij zeer langdradig, terwijl hij uiteindelijk de vraag niet beantwoordde. Geloof ik , want ik was de draad inmiddels kwijt. Nou moet ik zeggen, dat Karhof (zijn redactie waarschijnlijk) niet geheel op de hoogte was. Ter introductie van de Jong merkte hij op dat zijn werk wel uniek is in de wereld. Dat is niet zo. En dat is geen waarde-oordeel, gewoon een constatering van een feit. Ook ga ik mij niet bezighouden met wie het eerste was/is, want wat maakt dat uit? Het feit dat heel veel mensen schilderijen maken, waarvan er vast ook veel in een soort zelfde stijl gemaakt zijn, maakt toch ook niemand uit? Of wel? Wie dan? Waarom? Meldt u zich even?

Zo is daar bijvoorbeeld Yinka Shonibare (1962, London), met bijvoorbeeld zijn werk ‘Gallantry and Criminal Conversation’ (wederom gezien op Documenta11) :

shonibare

Waarin hij verwijst naar (kunst) historische, culturele en economische aspecten. Een ander voorbeeld: Jaap de Vries, die ooit (25 juni 2008, getuige zijn website, die verbouwd wordt dus heeft een linkje niet zoveel zin) eens een mailtje kreeg van iemand die letterlijk ziek werd van het kijken naar zijn werk :

devries

En twee jaar geleden (ofzo) zag ik in Kunsteyssen te Alkmaar werk van een dame, helaas, haar naam is mij geheel ontschoten (oh!), dat mij daar ook sterk aan deed denken.

Terug naar ‘Verf’? Het is inmiddels enigszins chaos op mijn bureau. En waar is het aantekeningenblaadje? En stel je voor dat ik u overvoer met kunst, en u onpasselijk onwel wordt! Genoeg voor vandaag!

Kijken: De uitzending van Kunststof op Uitzendinggemist.nl

De reïncarnatie van het boek

October 14th, 2009

Onlangs werd ik geattendeerd op de 18e Bart van Selm-lezing, uitgesproken op 1 september jl te Leiden door Ewoud Sanders, met de titel ‘de reïncarnatie van het boek, in zeven stappen een eigen digitale bibliotheek’.  Intrigerend leek mij, en aangezien ik niet in de gelegenheid was naar Leiden te gaan, bestelde ik voor maar € 11,50 de gedrukte versie hiervan. Vandaag kreeg ik deze thuisgestuurd, en ik ben blij verrast! Wat een mooi vormgegeven boekje!

lezing

lezing2

De oplage bedraagt 250 genummerde exemplaren, waarvan de mijne nummer ‘HC’ heeft meegekregen. Ook intrigerend. Het heeft iets hexadecimalerigs, maar dat kan natuurlijk niet want de H valt daar niet onder. Al googelend kwam ik erachter dat dit ‘hors commerce’ oftewel ‘buiten de officiële handel om’ betekend. Maar waar normaliter dan een nummer zou volgen, ontbreekt deze in mijn exemplaar. Zou dat dan bij allemaal ontbreken? Of heb ik nu een waarlijk uniek exemplaar in handen?

Anyway, het is een mooi en interessant boekje, waarin Sanders uit de doeken doet, hoe hij zelf een digitale bibliotheek heeft opgezet. Met indexeringsoftware, een .pdf maker, een scanner (drie uiteindelijk) en een machine waarmee je de ruggen van boeken kunt afsnijden, én een aantal scholieren voor het vele werk, heeft hij bijna zijn gehele bibliotheek gedigitaliseerd. Het grote voordeel hiervan is dat nu alle tekst doorzoekbaar is geworden, wat voor een onderzoeker natuurlijk essentieel is.

Wat ik miste in het verhaal, is dat wellicht ooit de software die men nu gebruikt, compleet verouderd is en ook het digitale formaat niet meer gebruikt zal kunnen worden. Nu is .pdf en OCR al jaren vrij gangbaar, dus ik neem aan dat dat voorlopig wel zal blijven (temeer daar dit ook door alllerlei instellingen gebruikt wordt… was het alleen voor burgermans beschikbaar, dan wil men nog wel vrij snel de boel overboord gooien).

Rest mij nog de redelijk flauwe opmerking (die vast ook veel gemaakt is), dat gezien de mooie vormgeving, het toch wel zonde zou zijn dit boekje te versnijden om het aan een tweede digitaal leven te laten beginnen…

Er zijn van de lezingenreeks overigens ook nog oudere lezingen te bestellen, ik ga zelf nu snel nog even een kijkje nemen (de Arnon Grunberg is helaas al uitverkocht, had ik al gezien).

Verf (3). Co Westerik.

October 13th, 2009

Ondanks dat de stijl van Westerik mij niet zo heel erg boeit, doet het interview met hem dat wel. Veel dingen vind ik heel herkenbaar. Bijvoorbeeld dat hij soms een schilderij meerdere keren opnieuw wil schilderen. Toevallig had ik dat deze week, tijdens het schilderen van het eerste exemplaar al. Het volgende doek zal dan wel heel anders zijn, het idee daarvoor onstaat dus al wel tijdens dit doek.

Ook herkenbaar: ‘ik wil verhevigen, niet verschönen’ (Westerik over een doek waarbij dat laatste toch is gebeurd, en hij het eigenlijk niet meer terug kan halen waarom hij toen daarvoor gekozen heeft). Hij houdt een soort logboek bij, waarin hij bepaalde dingen vastlegt (maar dat is dan blijkbaar niet met dat doek gebeurt). Ik heb dat jaren geleden wel gedaan, maar vond het op een gegeven moment zoveel gedoe. Wel maak ik op het eind van het schilderproces aantekeningen van wat ik nog moet doen.

Westerik gebruikt een lagentechniek. Ik heb me daar nooit zo mee bezig gehouden, maar moet ik mij zorgen gaan maken over vergeling, bladdering, cracquelering? Hoe doen andere hedendaagse schilders dat?

Wat betreft de financiële kant van het kunstenaarsbestaan: Westerik kreeg op een gegeven moment de tip dat hij ‘Voorhoutjes’ (hij komt uit Den Haag) moest gaan schilderen om te verkopen. Hij heeft dat ook een tijd gedaan, en tja, het verkocht inderdaad goed. Ik vroeg me laatst ook al zoiets af: moet ik maar markten en grachtjes gaan schilderen dan? Alles beter dan de donkere krochten van het UWV…. (en daar mag u nu zelf toepasselijke muziek bij bedenken).

Op de vraag ‘waar bent u in een doek naar op zoek?’ merkt Westerik op, dat je dan in feite bij het ‘onzegbare’ komt; datgeen dat nu juist de essentie is van het schilderen. Je schildert het niet voor niets, anders had je het wel opgeschreven. Ik denk ook wel dat dat zo is. Ik kan nu allerlei prachtige volzinnen, betekenisvolle dan wel -loze woorden gaan bezigen, maar het is het beeld dat de uiteindelijke zeggingskracht heeft (of: dient te hebben…). Daarnaast is het inderdaad zo, dat je vaak pas na een tijd weet waar je eigenlijk mee bezig bent, je werk zelf meer gaat begrijpen.

Ook fysiek; zelf had ik laatst de vreemde gewaarwording, dat mijn werk een heel ander aanzien krijgt in een veel grotere ruimte. Ik had het alleen nog maar gezien in mijn kleine werkruimte, waar ik er bijna met mijn neus boven op zit. Om vantevoren een idee te hebben hoe ik het wil exposeren, print ik van mijn werk kleine foto’s uit, die ik dan met dummies op de muur plak.

Wat gaat er in de kunstenaar om? En is dat hetgeen op het doek is verbeeld? Dat is wel vaak wat men denkt. En het zou ook zomaar best eens kunnen. Maar het zou ook zomaar best eens kunnen dat het ook iets van de overbuurvrouw, of de achterneef of wie dan ook verbeeld. Net als bij een horoscoop, dat past ook altijd wel. Het is maar net wat je er zelf bij denkt.

Sneak preview

October 10th, 2009

sneak

This is a tiny part of a new painting i’m working on…………………………………………………………………………………………………

Verf (2). Constant.

October 8th, 2009

Tijdens een weekendje Texel herlas ik dit eerste hoofdstuk, en maakte daar aantekeningen van. Nu lees ik ze terug. De eerste: ‘keuze acrylverf (“rotzooi”, “reclamekleuren”) > goed voor grondering’. Ieder z’n ding, zou ik zeggen, hoewel ik olieverf ook veel prettiger vind om mee te werken, én inderdaad acrylverf meestal alleen voor grondering gebruik. Hoewel, laatst heb ik daar ook een gedeelte mee geschilderd dat eigenlijk ook tot een soort achtergrond gerekend zou kunnen worden, en dat een mat, vlak uiterlijk nodig had. Voordeel: snel droog! (wat me op dat moment erg goed uitkwam…).

Verder zou ik natuurlijk ook niet op materiaal willen bezuinigen, maar helaas, het kan niet anders. Gelukkig is de goedkope verf die ik hier en daar kan scoren, toch best redelijke kwaliteit. De goedkope kant-en-klaar doeken echter zijn vaak een regelrechte ramp.  Als ze al niet krom gemáákt zijn, dan worden ze het wel bij de eerste de beste mini-temperatuurschommeling of ander fysiek ongemak, waar de duurdere exemplaren blijkbaar wel tegen kunnen. Maar ook hier zijn uitzonderingen op, gelukkig. Bij Boesner heb ik verleden jaar een aantal redelijk goedkope doeken op de kop getikt. Letterlijk, geloof ik, sinds juli is de Nederlandse vestiging te Amsterdam opgedoekt. Een groot gemis voor de armlastige kunstenaar! Als u nu denkt: waar haalt ze dan nu haar doeken vandaan… voorlopig gebruik ik gewoon oude mislukte. Geheel ecologisch milieutechnisch verantwoord, hoewel het wel veel schuurpapier vergt.

Constant Nieuwenhuys’ New Babylon (maquettes) heb ik moeten zien op Documenta11 (2002 te Kassel), waar ik met mijn zoon ben geweest. Een blik in het plakboek helpt me niet veel verder. Ik vind daarin overigens wel een Mark Manders krantenkatern met 13 tekeningen. Waarvan de eerste met titel ‘Eddy as a dead horse head’. Enzovoorts. Googelend op ‘constant new babylon’ geeft mij wat herkenning. Misschien u ook.

Werk van On Kawara herinner ik me nog. . George Adeagbo en nog velen meer waarvan ik dan nu even de namen niet weet. Ga ik allemaal nog eens opzoeken. Later.

Wat betreft New Babylon, vind ik het wel herkenbaar, dat je werk bijvoorbeeld wordt gekozen voor een expositie, terwijl je zelf allang weer met iets geheel anders bezig bent. Vaak ook wordt er door anderen op aan gedrongen om met iets verder te gaan, terwijl je het zelf juist belangrijk vindt om niet het gebaande pad te blijven. Hetgeen me gisteren deugd deed; ik zag in de mooie documentaire van Michiel van Erp over de alom gelouterde fotograaf Erwin Olaf, dat hij min of meer hetzelfde ervaren heeft.

In dit hoofdstuk wordt ook de tegenstelling tussen tekenaars en coloristen genoemd. Meteen herinnerde ik mij de opmerking van de Duitse schilder Andreas Masche, die ik dit jaar weer tegenkwam op Huntenkunst. Ik vertelde hem over mijn worsteling het tekenen om te willen zetten in schilderen. Hij meende dat schilderen in feite ook het maken van lijnen is. Mij lijkt het dat het dan meer punten zijn. Lijnen bestaan echter weer uit punten. En vlakken uit lijnen. En punten. Maar dan denk ik misschien alweer teveel in pixels. Holy Lujah!

En nu ik het toch weer over verf heb. Vandaag op de valreep bezocht ik de expositie van Tjebbe Beekman bij Galerie Diana Stigter. Ondanks het drukke geklep achter een schot achterin de zaak, werd ik er toch erg blij van. Wie durft nog zeggen dat de schilderkunst op leven na dood is, heeft toch echt iets gemist. Fascinerend en intrigerend werk. De grote doeken overweldigen, trekken je als het ware ook in het schilderij. De zeer kleine, achter glas ingelijste, kleine werken, vrágen bijna om er in te willen kruipen om het binnenste te verkennen. Toeval ook weer: op één van de grote doeken staat een karkas centraal. Laat ik nou net de laatste paar avonden in een boek over het werk van Francis Bacon verdiept zijn, die (mocht u het niet weten) bekend staat om de vervorming, beweging van lichaam, en archetypen, zoals onder andere: het karkas.

Three studies for a crucifixion / Francis Bacon, 1962

Three studies for a crucifixion / Francis Bacon, 1962

Deze week bedacht ik nog welke doeken ik zou opofferen voor nieuw werk. Nu schiet mij dus opeens een karkas te binnen dat ik had getekend/geschilderd (jaja, punten,lijnen, vlakken). Eigenlijk wel een ruk karkas. Hoewel er in zijn binnenste iets goeds schuilt, daar ben ik van overtuigd.

Opening ‘Void’

September 7th, 2009

Yesterday was the official opening of my expo ‘Void’.

Void

Musically framed by The Burn Brigade Bigband.  Which made it a bít difficult to make conversation. Not for those two women though… Funny also, the trumpet standing on the table at the very left on the photo. When I was still on facebook (a long long time ago) I did this quizzle thingenie, and turned out to be a… trumpet. Well, okay. I like trumpets. And pianos. And saxophones. And drums, ofcourse. And so much more.

For the exhibition I made a matching playlist, but forgot to put it on the list at the expo. So look at the website for it (@ ‘news’), for it also contains the incredibly inspiring song Kung fu fighting by Carl Douglas. A pity though the music is outta sync with the video (which seems to be the original), but it was the only version I could find there with good quality music. It also contains the whole album Music for Girls of Twice a Man  (which I think has become quite rare, I have the vinyl version and I don’t think there is a cd of it?).

Now I am undergoing the slight agony of a hangover. And try to remember what I didn’t remember of the boy with the kilt … ending up with pain in my left knee? O o o. Time to watch some telly.

Can you feel it?

September 3rd, 2009

canyoufeelit

(picture from video at youtube )

Yesterday evening during zapping along, I saw this weird video of the Jacksons of their song ‘Can you feel it’. I have seen it before (I guess several years ago, don’t know anymore), but forgot all about it. And yesterday I realized this picture is very familiar to the one I painted just a few weeks ago. Now I have to show some of the upcoming expo…. but just a piece of it then:

CPSstukkie

It’s not the first time this happens, see this earlier blogpost

Verf (1). Inleiding

September 2nd, 2009

[because the book is in Dutch, this series of blogs about the book is also in Dutch]

verfhdhjager

Verf. Hedendaagse Nederlandse schilders over hun werk.
- Hans den Hartog Jager, 2004

Enige tijd geleden schreef ik al, dat ik het schilderen miste, en ook het boek dat daarover gaat, en dat ik een paar jaar geleden verkocht had (zie hiero). Inmiddels heb ik het boek weer kunnen lenen, en weer gretig begonnen te lezen. Het plan is nu, dat ik bij ieder hoofdstuk een bijpassend stuk blog post (… tjee, hoe zeg je dat?!). Nu heb ik heel vaak allerlei plannen, en bijna even zo vaak verzanden die in weer een nieuw plan, dat vervolgens in een nieuw plan… enzovoort. Dus pin mij er niet op vast, dat doe ik zelf al  en dat helpt niets. Ik zal mijn best doen. Commentaar is welkom, zoals altijd natuurlijk.

Vandaag dus de Inleiding. In enkele bladzijden schetst Den Hartog Jager een duidelijk beeld van de omwenteling in de kunst in de jaren 60/70 en de veranderende positie van de schilderkunst binnen de kunstwereld. Hoe het conceptualisme ervoor zorgde dat schilders ook denkers werden. En de schilderkunst langzaam opkrabbelde uit de ‘dood’.
Ik herken dit in mijn eigen werk, zeker gezien mijn laatstelijke pogingen tot nieuw schilderwerk  (die ik overigens hier nog niet wil/kan laten zien  vanwege de aankomende expo, opening de 6e). Zo wilde ik op één doek verschillende technische componenten vastleggen in relatie tot de mens. In eerste instantie lukte het niet erg, pas in de derde is nu wel het concept zichtbaar (voor mij althans). Tevreden ben ik nog lang niet. Maar dat heeft meer te maken met dat ik nog niet goed weet, hoe ik mijn idee nu het beste kan omzetten in verf. Ik vind het nog veel te strak, wil het veel losser en wilder.

Het ‘probleem’ zit in het simpele feit, dat de tekeningen die ik als basis gebruik, vrij gecompliceerd zijn, en hoe vertaal ik spetters en markerlijnen in verf? Veel oefenen dus. Maar vandaag even niet. Ik heb erg hard gewerkt aan de nieuwste doeken, de laatste paar weken droom ik er steeds meer over. Vannacht was ik op bezoek bij een kunstenaar (een vrouw, geen idee wie het was). Ik vond haar werk echt saai, maar zag dat ze wel een goede techniek had, waar ik me op concentreerde.  Niets schokkends dus, in real life vind ik ook veel schilderijen gigantisch boring. Het is vaak allemaal zo braaf! En vaak vind ik het ook compleet nietszeggend, en niets toevoegend. Sommig werk had net zo goed dertig jaar geleden gemaakt kunnen zijn.

O, volgens mij dwaal ik af. Verf. Den Hartog Jager mist literatuur over de uitvoering, de vorm, van schilderijen. En dus heeft hij dertien schilders bevraagd daarover. Als inspiratiebron noemt hij ‘Interviews with Francis Bacon’ uit 1980 van de kunstcriticus David Sylvester, waarin deze de schilder ondervraagt over de praktische aspecten van het vak. Nog meer te lezen dus! Helaas niet bij mijn bieb verkrijgbaar. Dat wordt nog even verder zoeken dus eerst.

Een laatste opmerking in de inleiding:
“Als ik uiteindelijk één ding heb geleerd uit de gesprekken die ik voerde voor dit boek dan is het wel dat een goed schilderij, een werkelijk overtuigend schilderij, een paradox is. Het is opgebouwd uit vele beslissingen, maar tegelijk is er geen schilder die niet wil dat zijn doek op de toeschouwer overkomt als één geheel, één beeld, dat er altijd is geweest en nooit meer zal verdwijnen.” (pag. 12)

Dat is wel een interessant punt, wat raakt aan wat ik hiervoor al meldde, dat alles zo saai is. Misschien is het wel saai, omdat het allemaal zo esthetisch verantwoord is. Dat zit compleet ingebakken in ons kunstsysteem natuurlijk. Ook in dat van mij. Zo wil ik bijvoorbeeld mijn ’sklog’ (skylog) foto’s als een pure registratie van de feitelijke lucht op dat moment maken. Maar vaak ga ik het dan toch ook weer opleuken door het in een aangenaam ogend kadertje te zetten. Zo ook met schilderen. Tikje meer naar rechts, anders oogt het zo…. tja… raar? Maar wat ik echt dodelijk vind, zijn de -onbenoemde- leden der Kunstpolizei. Zo noem ik degenen die mij ongevraagd hun penetrante mening opdringen. Zonder dat ze je eerst even vrágen waarom je een bepaalde keuze hebt gemaakt. Dat overkomt me altijd zodra ik me met mijn werk in de openbare ruimte begeef.
Zo was ik een tijd geleden een paar varkens aan het beschilderen, in een vreselijk gezellig winkelcentrum. Op een rustig moment stopte er een man die verdacht veel op  Rob de Nijs leek, hij keek heel even naar mijn noeste arbeid en zei toen: ” Je moet krachtigere strepen zetten”. Ik was zo verbaasd dat ik eerst dacht dat ik het verkeerd verstaan had, maar hij bleek het echt gezegd te hebben.
Een andere keer, alweer jaren terug, tijdens een soort flitsexpo, wees iemand mij op het feit dat ‘die arm niet klopt’.
En in mei, tijdens Huntenkunst, zei een collega (v) dat ik dat éne onderdeel meer met de rest moet integreren.

Op die momenten kon ik nog maar één ding denken. Beluister dit ‘filmpje’ maar even:

E.T.

August 24th, 2009

A documentary (Dutch subtitles and voice-over) about extraterrestrial intelligence:

Since long one of my very huge wishes to come true, is to know whether there’s some form of life out there.

Blob

August 22nd, 2009

gezichtje